|
Nederlanders houden van huisdieren. Maar liefst 6,9 miljoen gezinnen in Nederland bezitten een of
meerdere huisdieren, aldus een NIPO - onderzoek dat juli 2005 plaatsvond.
Het aantal honden wordt geschat op 1,6 miljoen en het aantal katten op 3,2 miljoen. Daarbij komen nog de nodige vogels,
vissen, knaagdieren, slangen, hagedissen en andere exotische dieren. Huisdieren zijn leuk, gezellig en vaak trouwe kameraden.
Om het leuk en gezellig te houden is het echter verstandig enkele zaken in de gaten te houden. Want die leuke, lieve en
gezellige huisdieren kunnen zo af en toe ziektes overbrengen naar de mens waar we niet zo blij mee zijn.
Zoönoses worden dergelijke ziektes genoemd.
Bezoek uw huisarts als u bang bent een bepaalde ziekte opgelopen te hebben en
vertel er bij aan welke ziekte u denkt, zodat uw huisarts weet in welke richting gezocht moet worden.
Voorkomen is echter beter dan genezen. Neem daarom vooral de nodige voorzorgsmaatregelen om eventuele ziektes te voorkomen.
Allergische reacties op huisdieren zijn waarschijnlijk de meest bekende "ziektes" die
we van onze huisdieren kunnen krijgen, al is een allergische reactie feitelijk geen ziekte.
Allergie voor huisdieren komt veelvuldig voor en uit zich als reacties van de luchtwegen, de huid, het maag-darmstelsel,
de ogen, etcetera. Dit kan erg vervelend zijn en zelfs zóveel klachten geven dat een ander baasje voor het huisdier
gezocht moet worden.
Toch zijn allergische reacties betrekkelijk onschuldig. Zeker als je ze vergelijkt met andere ziektes die door
huisdieren kunnen worden overgebracht, zoals de pest, de ziekte van Weil of hondsdolheid.
De pest oftewel de "zwarte dood" is een ziekte die in het verleden nogal wat narigheid
heeft veroorzaakt. In de 14e eeuw werden maar liefst 25 miljoen Europeanen slachtoffers van deze vrijwel altijd dodelijke
ziekte.
Gelukkig leven we niet meer in de Middeleeuwen en is deze ziekte tegenwoordig goed te behandelen, mits bijtijds
onderkend. De pest komt nog altijd voor in het westen van de VS, Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Van de 15e tot de 18e eeuw
heerste de pest ook nog in Europese steden als Marseille, Milaan, Londen en Venetië.
De ziekte wordt verspreid door knaagdieren (met name ratten) en breidt zich voornamelijk uit langs kusten,
in havengebieden en via belangrijke scheepvaartroutes. De rattenvlo is de grote boosdoener die de ziekte overbrengt
op de mens. Door een steeds betere hygiëne is het gevaar van een pestepidemie tegenwoordig gelukkig bijna verdwenen.
Hondsdolheid komt al jaren niet meer voor bij onze huisdieren. Maar de ziekte bestaat
nog wél en komt in diverse andere landen nog veelvuldig voor.
Vleermuizen, vossen, wolven, honden, katten, paarden, herkauwers, ratten en veldmuizen kunnen de ziekte overbrengen op
de mens.
Men krijgt deze dodelijke ziekte door een
beet van een besmet dier, waarbij speeksel van het dier via de bijtwond het lichaam binnendringt. Als een mens gebeten
wordt door een met hondsdolheid besmet dier, dan is dit in Nederland meestal door een vleermuis. Raak dus nooit een
vleermuis aan met blote handen!!! Vleermuizen kunnen trouwens ook door leren handschoenen heen bijten.
Vindt u een vleermuis overdag op de grond dan mag u aannemen dat deze vleermuis ziek is en mogelijk hondsdolheid heeft.
Schuif de vleermuis met een stevig stuk karton in een doosje of potje en breng hem naar de dierenarts. Heeft de vleermuis
mogelijk een hond, kat of mens gebeten dan wordt hij ingeslapen en opgestuurd om te onderzoeken of het dier werkelijk
hondsdolheid had.
Mensen die gebeten zijn moeten zo snel mogelijk een antiserum krijgen toegediend, waardoor voorkomen
wordt dat ze hondsdolheid krijgen. Als er eenmaal symptomen van hondsdolheid zijn is het te laat. Ook dieren die door
een vleermuis gebeten zijn moeten zo snel mogelijk worden geënt tegen hondsdolheid. Mocht de vleermuis hondsdolheid
blijken te hebben dan moet het gebeten dier in quarantaine om af te wachten of het hondsdolheid krijgt.
De ziekte van Weil is ook een ziekte die fataal kan zijn. De ziekte wordt veroorzaakt
door de bacterie leptospira die voorkomt in rattenurine. Infectie vindt plaats via wondjes in de huid of via de
slijmvliezen en wordt veroorzaakt door zwemmen in water waar veel ratten voorkomen. Ook door direct contact met urine
van besmette koeien, honden of varkens is besmetting mogelijk. Honden kunnen worden ingeënt tegen deze ziekte. Indien
tijdig onderkend is de ziekte met antibiotica goed te behandelen.
Toxoplasmose is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door de parasiet Toxoplasma gondii.
De ziekte komt veel voor, wordt zelden opgemerkt en heeft ook maar zelden schadelijke gevolgen.
Bij zwangerschap echter kan een toxoplasmose-infectie veel schade aanrichten aan het ongeboren kind, met name aan het
zenuwstelsel en de ogen. Geschat wordt dat elk jaar zo'n 100 foetussen worden besmet met toxoplasmose. Hoe ernstig dit
is is afhankelijk van het tijdstip waarop de moeder geïnfecteerd raakt.
Onderzoek wijst uit dat op de leeftijd van 45 jaar 60 % van de Nederlandse bevolking besmet is geweest. In de uitwerpselen
van o.a. katten, honden en schapen kunnen grote aantallen sporen van deze parasiet voorkomen.
Besmetting vindt plaats door tuinieren, het schoonmaken van de kattenbak of het spelen in de zandbak,
waarna met vieze handen de mond wordt aangeraakt. Ook het eten van rauw of onvoldoende verhit vlees en ongewassen fruit en
groenten kunnen besmetting veroorzaken.
Ook spoelwormen kunnen via dieren bij de mens terecht komen.
Spoelwormen zijn ongeveer 5 tot 10 cm groot, zijn geelwit tot roze, en houden zich op in het darmstelsel van onze huisdieren
en komen bijna nooit met de uitwerpselen naar buiten. Wat wel naar buiten komt zijn de eitjes van de spoelworm die vervolgens
in de aarde terecht komen.
Tuinierende volwassenen en kinderen die in zandbakken spelen, kunnen met die grond in aanraking komen.
Als ze met ongewassen handen hun mond aanraken kunnen ze geïnfecteerd raken.
Via de mond komen deze eitjes in het menselijke darmkanaal terecht vanwaar ze door de darmwand heen kunnen dringen,
op zwerftocht gaan door het lichaam en o.a. in de longen terecht komen. Via de luchtwegen gaat de larve omhoog naar de keel,
wordt ingeslikt en komt vervolgens in de darm waar hij uitgroeit tot een volwassen spoelworm. Vaak zijn er geen opvallende
verschijnselen bij mensen die een spoelworm hebben, soms zijn er verschijnselen die lijken op griep, soms ontwikkelt zich
een long- of leverontsteking en heel zelden komt het tot een ernstige oogaandoening die blindheid tot gevolg kan hebben.
Acht procent der Nederlanders heeft ooit een infectie met spoelworm gehad, zo is uit onderzoek gebleken. Infectie is te
voorkomen door vaker handen te wassen, zeker nadat men in de tuin gewerkt heeft en nadat kinderen in het zand gespeeld
hebben. Het is aan te raden om honden en katten vier keer per jaar te ontwormen! Astmapatienten krijgen een verergering
van de klachten door een besmetting met spoelwormen.

De ringworm is een schimmel in de vacht van een hond, kat, konijn of cavia, die ronde,
rode en jeukende plekken over het hele lichaam kan geven. Bij mensen komt ringworm meestal voor aan de onderarmen en
het gezicht. Ringworm is te genezen met een zalfje, maar kan wel hardnekkig zijn. Ook de dieren, hokken, manden en het
hele huis moeten grondig behandeld worden.
De kattenkrabziekte is een door het krabben of de beet van een kat veroorzaakte goedaardig
verlopende aandoening van het lymfeapparaat. Naar schatting 150 mensen per jaar krijgen deze bacteriële infectie.
Gevoelige gezwollen lymfeklieren, roodheid op de plaats van de kras en koorts of lusteloosheid zijn de symptomen.
De symptomen kunnen 2 tot 6 maanden aanhouden. Indien niet behandeld kan deze infectie in zeldzame gevallen leiden tot
ernstige infecties of hersenvliesontsteking.
Papegaaienziekte is een acute maar niet gevaarlijke virusziekte die bij vogels voorkomt
en op de mens kan worden overgebracht. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus dat zich nestelt tussen de veren van
o.a. duiven, parkieten, hoenderachtigen en watervogels en zich tevens in hun uitwerpselen bevindt. Mensen die besmet
zijn kunnen een ernstige ontsteking van de ademhalingswegen ontwikkelen die meestal goed te behandelen is met antibiotica.
Bij sommige mensen blijft het echter terugkomen.
Elk jaar worden naar schatting 30.000 mensen gebeten door dieren. Zelfs al bij het kleinste
wondje kan daarbij de bacterie Pasteurella multocida worden overgebracht, die verantwoordelijk is voor het overgrote deel
van infecties die door bijtwonden ontstaan. Ga altijd naar de huisarts om een Tetanusinjectie te halen als u door de huid
heen gebeten bent. De ziekte die door deze bacterie wordt veroorzaakt kan dodelijk zijn.
Een Salmonella-infectie manifesteert zich door acute maag- en darmklachten, veroorzaakt
door bacteriën van het geslacht Salmonella. De infectie wordt met name overgebracht via besmet en onvoldoende verhit vlees
en eieren, maar kan ook worden overgebracht door dieren. Door contact met (uitwerpselen van) honden, katten, knaagdieren
en schildpadden kunnen mensen besmet raken. Extra gevoelige mensen zoals jonge kinderen, bejaarden en verzwakten zijn een
risicogroep bij wie zich ook longontstekingen, bloedvergiftiging of hartklachten kunnen manifesteren.
Hoewel het niet vaak meer voorkomt: de schurftmijt is ook besmettelijk voor mensen. Vooral
bij schapen, koeien, paarden en een enkele keer bij een hond komt de schurftmijt nog voor. De vacht valt uit en de dieren
krijgen ernstige jeuk waardoor ze hun huid stuk bijten of schuren. Mensen die besmet raken krijgen rode plekken en vlekken
en eveneens last van jeuk. Deze ziekte is goed te bestrijden met zalfjes en eventueel een injectie. Door besmette dieren
aan te raken gaat de schurftmijt over op de mens.
Leishmania is een ziekte die in Nederland niet voorkomt, maar wel in de landen rond de
Middellandse Zee. Het is mogelijk dat een hond de ziekte oploopt tijdens een vakantie aldaar en meeneemt naar Nederland.
De ziekte wordt veroorzaakt door een parasiet die in de bloedcellen gaat zitten en die wordt overgebracht door het
zandvliegje. Dit is een zeer klein vliegje dat door grof horregaas heen kan en vooral actief is in de ochtend en de avond.
De verschijnselen van de ziekte komen soms pas na jaren opzetten, kunnen zeer divers en vaag zijn en zijn niet goed te
behandelen. Vaak zijn er symptomen van de huid, met kromme, brokkelige nagels en verhoorning van de huid. Er bestaat ook
een inwendige vorm van Leishmania met buikpijn, diarree en braken. De diagnose wordt gesteld door een bloeduitstrijkje
of een beenmergbiopt. Door direct contact met het besmette dier kunnen mensen de ziekte krijgen. Artsen en dierenartsen
in besmet gebied (her)kennen de ziekte wel. Hier in Nederland duurt het vaak lang voordat de diagnose gesteld wordt.
Neem als u op vakantie gaat in landen rond de Middellandse Zee daarom voor uw hond een anti-vlooienmiddel mee dat ook
werkt tegen het zandvliegje.
De mogelijke risico's die u met huisdieren loopt zijn met enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen
te verminderen:
- Geef nooit een zoen op de snuit van uw huisdier en laat hond of kat nooit van uw bord of bestek eten.
- Was regelmatig uw handen na het contact met dieren.
- Was altijd uw handen voordat u met etenswaren gaat werken.
- Draag handschoenen bij het tuinieren, bij het verpotten van planten en het schoonmaken van de kattenbak. Ze beschermen
u tegen parasieten.
- Omdat uitwerpselen met spoelwormeitjes terecht kunnen komen op plaatsen waar kinderen in het zand spelen is het
belangrijk dat u uw kinderen leert hun handen te wassen ná het spelen en vóór het eten. Leer ze ook om niet met vingers
in hun mond te zitten.
- Was alle groenten en fruit zorgvuldig en verhit uw vlees altijd goed om eventuele bacteriën en parasieten te doden.
- Laat uw hond inenten tegen de ziekte van Weil, bij voorkeur in het voorjaar.
- Laat uw hond of kat vier keer per jaar behandelen met antispoelwormmiddelen, óók als er geen wormen in de ontlasting
van uw huisdier zichtbaar zijn. Het eerste halfjaar geldt voor pups en kittens een meer intensieve behandelingsvorm.
- Laat uw hond of kat ieder jaar nakijken door de dierenarts, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse entingen. Hoe gezonder
uw huisdier is, hoe kleiner de kans dat u via uw huisdier een ziekte oploopt.
- Bij vakantie in het buitenland is een hondsdolheidvaccinatie minimaal een maand voor vertrek verplicht.
- Neem op vakantie naar het zuiden een anti-vlooienmiddel mee dat ook werkt tegen het zandvliegje.
- Neem nooit een zwerfdier mee uit het buitenland. Deze dieren kunnen drager zijn van ziekten die niet of nauwelijks in
Nederland voorkomen en voor de mens een risico opleveren.
- Let bij papegaaiachtigen op verminderde eetlust, vermagering en slordige veren. Dit kunnen tekenen van papegaaienziekte
zijn. Raadpleeg eventueel uw dierenarts.
- Wees bij zwangerschap uiterst voorzichtig in de nabijheid van katten. Bezoek eventueel vóórdat u zwanger raakt uw
huisarts en laat bloedonderzoek doen waarbij kan worden vastgesteld of u ooit een toxoplasmose-infectie hebt doorgemaakt.
- Geen vleermuizen oppakken. Mensen die beroepsmatig met vleermuizen omgaan worden ingeënt tegen hondsdolheid.
Met dank aan mevr. T. Koning, dierenarts, Zeewolde.
|