drs. H.S. Kooistra
oktober 2000
Typische kenmerken van krolsheid
Naast de bekende verschijnselen van rollen, zich presenteren en meer of minder geluid produceren,
zijn er kenmerken van krolsheid die iets minder bekend zijn.
De poes heeft een zogenaamde geïnduceerde ovulatie, dat wil zeggen dat er uitwendige prikkels
nodig zijn om te komen tot een ovulatie oftewel een eisprong. Daarnaast is de poes een poly-
oestrisch dier (poly = vaak,
oestrisch = dekbereid). De poes is heel vaak dekbereid. Het is geen uitzondering wanneer er zo'n 15 krolsheden
per jaar zijn.
Licht
Ook is er duidelijk een seizoenbinding. Bij een aantal poezen komt in de winterperiode geen
krolsheid voor. Deze seizoenbinding wordt veroorzaakt door de verminderde hoeveelheid
licht in de wintermaanden.
Als de poes krols gedrag vertoont, worden hoge oestrogeenpieken in het bloed gezien. In een
experiment is een aantal poezen eerst in een ruimte geplaatst waar de kunstmatige hoeveelheid
licht werd bepaald op 14 uur per dag. Het bleek genoeg om te komen tot de oestrogeenpieken en
dus tot het optreden van krolsheid. Nadien werden deze poezen in een ruimte geplaatst met maar 8
uur licht per dag. In dat geval bleven de oestrogeenwaarden laag en werden er inderdaad
geen krolsheden waargenomen. Vervolgens werden de poezen teruggeplaatst in een ruimte
met 14 uur licht per dag en weer werden de oestrogeenpieken gezien en dus het optreden van
krolsheid.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat er een minimum aantal uren licht noodzakelijk is om te
komen tot krolsheid bij de poes. Dat is dan ook de reden dat er in de winterperiode vaak geen
krolsheid wordt gezien bij de poes. Tenzij de poes in huiselijke omstandigheden gehouden wordt en
er in huis altijd veel licht aanwezig is; dan kan het zijn dat de poes het hele jaar door krols gedrag
vertoont.
Geïnduceerde ovulatie
Het tweede belangrijke punt is dat de poes een geïnduceerde ovulatie heeft. Bij de poes is er dus
een uitwendige prikkel nodig zijn om te komen tot de eisprong. Er zijn veel van die uitwendige
prikkels bekend.
In de eerste plaats de dekkingen, in de tweede plaats de prikkeling: de stimulatie
van het slijmvlies van de vagina met een wattenstaafje¹. Aan deze laatste methode wordt
later in deze lezing extra aandacht besteed, omdat dit een mooie methode is om het aantal
krolsheden bij de poes duidelijk te verminderen.
In beide gevallen, zowel bij de dekkingen als bij de stimulatie met het wattenstaafje¹, is er sprake
van mechanische stimulatie waarbij een signaaltje wordt gestuurd naar de hypofyse, het
hersenaanhangsel dat de meeste hormonale processen in het lichaam regelt. Vervolgens wordt
in de hypofyse het luteïniserend hormoon (LH) afgescheiden dat verantwoordelijk is voor het
optreden van de eisprong.
Nu is het interessante dat het optreden van de eisprong niet standaard
optreedt na één dekking. Er zijn vaak meerdere dekkingen nodig om tot een eisprong te komen.
Bij deze proef waren 18 katten betrokken, waarbij slechts één dekking werd toegestaan. Bij 9 van die
18 katten is na de dekking een stijging opgetreden van het LH-gehalte in het bloed, groot genoeg om
te komen tot een eisprong.
Bij de andere poezen die ook maar één keer gedekt werden, was er weliswaar een kleine
stijging van het LH-gehalte, maar dit was verder onvoldoende om te komen tot een eisprong.
Het blijkt echter dat als poezen veel vaker gedekt worden, vier of zelfs twaalf keer per krolsheid, er
dan veel hogere LH-pieken worden waargenomen in het bloed en dat deze ook veel breder zijn. En
hoe hoger en breder de LH-pieken zijn, hoe groter de kans is dat er een eisprong optreedt. Dat
betekent dat als er gefokt wordt met een poes, het van belang is dat de poes vaker gedekt wordt om
de kans op dracht zo groot mogelijk te maken.
Dat zelfde geldt ook als de vagina wordt gestimuleerd met behulp van een wattenstaafje¹;
ook dan is het noodzakelijk dat meerdere keren te doen om zeker te zijn dat er een eisprong optreedt.
Het is ook interessant om te kijken wat er kan gebeuren tijdens verschillende krolsheden.
Daarbij kunnen drie verschillende situaties worden onderscheiden.
- In de eerste plaats kan het zijn dat bij een krolsheid geen eisprong optreedt. Dan treden
er alleen maar diverse oestrogeenpieken op in samenhang met het optreden van krolsheid.
Dat gebeurt op zeer regelmatige tijdstippen. Gemiddeld genomen wordt de poes één keer
in de drie weken krols, een situatie die poly-oestrisch wordt genoemd.
- Een tweede mogelijkheid is dat een poes krols is, er een dekking plaatsvindt en de poes
drachtig wordt. Die dekking heeft dan geleid tot een eisprong en dat leidt tot een stijging in
het bloed van een ander hormoon, het progesteron. Het progesteron wordt vaak het
zwangerschapshormoon genoemd; het is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de
dracht in stand gehouden wordt. Gedurende de hele drachtigheid van de poes, ± 64 dagen,
is er sprake van een verhoogd gehalte aan progesteron in het bloed.
- De derde mogelijkheid is dat een poes krols is, er een dekking plaatsvindt en de poes niet
drachtig wordt, omdat de gebruikte kater niet fertiel is.
Ook een dekking door een onvruchtbare kater kan tot een eisprong
leiden. Het progesterongehalte gaat omhoog, alleen kan de poes niet drachtig worden,
omdat haar eicellen geen levend sperma hebben ontmoet, net als wanneer er gebruik is
gemaakt van de methode van de mechanische stimulatie. In dat geval duurt de
progesteronfase veel korter dan bij de drachtige poes, waarbij de periode van het
verhoogde progesteron ongeveer 6 weken duurt. Dat is belangrijk omdat er geen
krolsheden optreden tijdens de periode dat het progesterongehalte verhoogd is. Dus een hele
goede methode om te zorgen dat het aantal krolsheden per jaar duidelijk veel minder
wordt.
Krolsheidpreventie
Bij krolsheidpreventie kan onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende methoden: de
chirurgische en de medicamenteuze methode.
- Medicamenten ter voorkoming van de krolsheid houdt in principe in het toedienen van
progestagenen, stoffen die afgeleid zijn van het lichaamseigen progesteron dat ervoor zorgt dat er
geen krolsheid optreedt.
- De chirurgische methode wordt heel dikwijls onjuist bestempeld als sterilisatie. Een sterilisatie
is het onderbinden van de eileiders.
Maar de bedoeling is dat de poezen niet meer krols worden
en dat betekent dat de eierstokken moeten worden weggenomen. Dat betekent per definitie een
castratie en niet een sterilisatie.
Een tweede belangrijk punt is dat de chirurgische methode tegenwoordig alleen het verwijderen van
de eierstokken inhoudt. In het verleden was het bij een castratie de gewoonte ook de baarmoeder te
verwijderen, maar dat is niet nodig. De reden waarom dit in het verleden gebeurde, was dat men
bang was dat de poezen later nog een baarmoederontsteking zouden kunnen krijgen.
Maar dat kan slechts voorkomen als er eierstokken aanwezig zijn die progesteron maken
of als de poezenpil wordt toegediend en de poezenpil hoeft niet te worden toegediend als de
poes gecastreerd is. Dat betekent ook een veel gemakkelijker operatie.
Er is een veel kleinere snede in de buikholte nodig om de eierstokken weg te nemen als de
baarmoeder kan blijven zitten.
Bij de vergelijking van de medicamenteuze methode ten opzichte van de castratie vallen de
voordelen uit in de richting van castratie.
- Ten eerste is het natuurlijk een ingreep die effectief is
na één ingreep, terwijl de poezenpil steeds opnieuw, en op tijd, moet worden toegediend.
- Ten tweede wordt bij castratie de kans op baarmoederontsteking gereduceerd tot nul, terwijl
bij gebruik van de poezenpil juist het gevaar op baarmoederontsteking toeneemt.
- Ten derde, een zeer belangrijk voordeel, is de kans op tumoren van de melkklier aanzienlijk kleiner als de
castratie op jonge leeftijd wordt uitgevoerd.
Er zijn ook nadelen verbonden aan een castratie. Natuurlijk het risico van de anesthesie en de
operatie. Bovendien het feit dat castratie een onomkeerbare ingreep is. Is de poes eenmaal
gecastreerd, dan zijn verdere fokplannen uiteraard niet meer mogelijk.
De poezenpil
Toediening van progestagenen betekent in feite toediening van de "pil". Bij de poes moet elke
week een tablet worden toegediend. Niettemin is er geen keus, want er zijn nogal wat redenen
waarom er bij de poes geen gebruik kan worden gemaakt van injecties.
Een belangrijke reden is
dat de bijwerking van tabletten veel minder is dan die van de injecties. Aangezien de poes heel
gevoelig is voor de bijwerking van progestagenen, is dat een zeer belangrijke reden.
Daarnaast is het zo dat bij de poes niet exact bekend is hoe lang zo'n injectie werkt. Dat kan
een aantal weken zijn, dat kan ook een aantal maanden zijn. Maar als niet bekend is hoe lang het
werkt, is ook niet bekend wanneer de volgende injectie moet worden gegeven.
Dan nog een reden met name voor de poes die regelmatig buiten komt. Het gebeurt nog wel eens
dat een poes wordt aangeboden om "iets te gaan doen aan het voorkómen van de krolsheid" en dan
blijkt het dat de poes drachtig is.
Bij een injectie met progestagenen kan de spiegel aan
progestageen in het bloed heel lang hoog blijven en dat betekent ook dat de geboorte niet op de
normale tijd kan starten, want de geboorte bij de poes kan alleen maar starten op het moment dat
het progesterongehalte echt laag is. Dus dan ontstaat de situatie van de verlengde dracht.
Tabletten geven minder problemen doordat het progesterongehalte veel korter hoog is. Als de
poes drachtig is, kan er gewoon worden gestopt met het toedienen van de tabletten zonder dat dit
problemen oplevert.
Er is keus uit twee soorten pillen: medroxyprogesteronacetaat of megestrolacetaat.
Medroxyprogesteronacetaat wordt meestal in tabletten van 5 mg toegediend. Er zijn ook minder
sterke tabletten, die vaak 1 x per week toegediend moeten worden. Megestrolacetaat wordt
toegediend in tabletten van 2 mg per week. Men loopt dan niet minder risico omdat men maar 2
mg hiervan geeft, want 2 mg megestrolacetaat heeft dezelfde progestagenenwerking als 5 mg
medroxyprogesteronacetaat. Megestrolacetaat is dus geen minipil. Beide pillen zijn even sterk en
hebben dezelfde bijwerkingen.
Er is een alternatief dat is voorbehouden aan mensen die heel goed kunnen zien dat de poes
krols gaat worden. Dan zou kunnen worden volstaan met het geven van de poezenpil alleen op
die momenten. Vooral niet toedienen tijdens de krolsheid. Dat geeft een verhoogd risico op het
ontstaan van baarmoederontsteking. Maar als is vast te stellen dat de poes over een paar dagen
krols wordt en men dient dan de pil toe, dan wordt de totale dosis op jaarbasis minder en dan zullen
dus ook de bijwerkingen minder zijn.
Eerder is al gezegd dat de methode waarbij gebruik is gemaakt van het wattenstaafje¹ om de
ovulatie te induceren (dus de progesteronfase) een aantal keren moet worden herhaald. De beste
resultaten worden bereikt met drie keer met een half uur tussentijd. De kans dat er een eisprong
optreedt, is dan heel groot en er volgt dan de progesteronfase gedurende ongeveer 6 weken,
tijdens welke periode ook geen krolsheid behoeft te worden verwacht. Dit betekent dat deze
methode het aantal krolsheden per jaar aanzienlijk beperkt.
Bijwerkingen van progestagenen
Er zijn nogal wat bijwerkingen van progestagenen bekend.
- Er kunnen problemen optreden met de baarmoeder: endometritis (ontstekingen) en cystenvorming.
- Een andere bijwerking die kan optreden, is suikerziekte.
- Ook is er een duidelijk verhoogde kans op het ontstaan van melkkliertumoren als gebruik
wordt gemaakt van progestagenen.
- En er kan een verlengde dracht ontstaan.
De eerste mogelijke bijwerking is dat het baarmoederslijmvlies behoorlijk kan veranderen
onder invloed van progestagenen. Er kunnen cysten en weefselwoekeringen gaan optreden in
het slijmvlies dat normaal mooi glad moet zijn. Dit kan leiden tot onvruchtbaarheid bij de poes.
Men kan zich voorstellen dat als een vruchtje aankomt in een dergelijke baarmoeder, het heel
moeilijk gaat worden voor die vrucht om zich te implanteren. De kans dat de vrucht voldoende
voeding gaat krijgen van de moeder via het slijmvlies is gering en vaak zal de vrucht
afsterven. Dat is één van de belangrijke problemen van het geven van progestagenen.
Die veranderde wand kan ook leiden tot nog een ander probleem: de afweer van zo'n baarmoeder is
duidelijk verminderd en dit kan baarmoederontsteking tot gevolg hebben.
Bij een
baarmoederontsteking kan ontzettend veel pus gevonden worden in de baarmoeder. Dit is een
situatie die zelfs levensbedreigend is. Er moet dan ook adequaat worden ingegrepen. Het kan over
het algemeen vrij gemakkelijk worden vastgesteld door de dierenarts, Men heeft dan te maken met
een vrij zieke poes die vaak ook wat meer drinkt. Bovendien is er vaak een uitvloeiing van pus uit
de vulva en als men de buik voelt, kan men vaak heel gemakkelijk de grote "worsten" voelen van
de opgezette baarmoeder. Een methode om zekerheid te verkrijgen, is het maken van een
baarmoederecho.
Ook bij jonge poezen ontstaat regelmatig een baarmoederontsteking door het op te jonge leeftijd
geven van de poezenpil. Jonge poezen zijn heel gevoelig voor aandoeningen ten gevolge van
progesterontoediening.
De tweede mogelijke bijwerking van het progestageen is suikerziekte. Suikerziekte heeft
ook heel typische kenmerken: de poes gaat erg veel drinken, erg veel plassen en vaak is de eetlust
vooral in het begin heel duidelijk verhoogd, terwijl de poes toch vermagert. De diagnose is
heel gemakkelijk te stellen door met behulp van speciale verkleurende stripjes te kijken of er
suiker in de urine aanwezig is. Het is wel de bedoeling dat er dan gecontroleerd wordt of het
echt om suikerziekte gaat.
Hoe ontstaat nu die suikerziekte bij de poes door progestageengebruik? Dit is in ieder geval niet het
gevolg van het progesteroneffect van de poezenpil, maar heeft te maken met een andere
eigenschap van de poezenpil: de glucocorticosteroïdeneffecten, hormonen die
geproduceerd worden door de bijnierschors. Die specifieke bijnierschorshormonen worden in de
diergeneeskunde ook altijd heel graag voor andere doeleinden gebruikt, onder andere om jeuk en
ontstekingen te onderdrukken. En omdat de poezenpil dat heel sterk doet, hebben dierenartsen
soms de neiging een aantal patiënten met jeuk en kale plekken de poezenpil te geven. Dat is iets dat
volledig afkeurenswaardig is, omdat naast het gewenste effect, het geven van die
bijnierschorshormonen (want dat is het doel waarom de dierenarts dit geeft), dit dus het
progesteroneffect geeft.
Dit betekent ook dat, naast de bestrijding van jeuk en kale plekken, bij
beide seksen de kans op het ontstaan van melkkliertumoren en bij poezen de kans op
ontstaan van baarmoederontsteking heel duidelijk verhoogd is. Bij een noodzaak tot het geven van
bijnierschorshormonen is het beter die bijnierschorshormoon zelf te geven en geen
gebruik te maken van de poezenpil.
De derde potentiële bijwerking, de meest vervelende, is het optreden van tumoren van de
melkklieren. Men moet daarbij onderscheid maken tussen jonge poezen en poezen van
middelbare en oudere leeftijd.Bij de jonge poes, jonger dan een jaar, kan een
heel bepaald syndroom worden opgewekt als de poezenpil wordt gegeven: fibroadenomatose.
Bij de poes van middelbare of oudere leeftijd is er bij melkkliertumoren vaak sprake van
kwaadaardige tumoren, de zogenaamde carcinomen.
Er is een duidelijke relatie tussen de progestagenen in de poezenpil en het optreden van
deze tumoren. Die relatie is onder andere duidelijk als men kijkt naar het effect van castratie van de
poes. Als een poes wordt gecastreerd voordat zij ooit onder invloed heeft gestaan van progesteron
(castratie voordat er ooit een eisprong is geweest), is de kans dat er tumoren optreden van de
melkklieren erg klein. Dit geeft dus aan hoe sterk het effect is van progesteron of de progestagenen.
Dit afgewogen tegen de vrij geringe nadelen van castratie, is dat de reden dat voor
krolsheidpreventie de voorkeur toch wel moet uitgaan naar castratie. Als men wil fokken met de
poes, gelden uiteraard andere regels, maar dan moet men rekening houden met eventuele
bijwerkingen.
Het komt vaak voor, met name in het voorjaar, dat mensen naar de dierenarts gaan met het verhaal:
"Ik heb een poes en ik verwacht dat deze binnenkort krols gaat worden, kan ik niet alvast
starten met de poezenpil?" Het antwoord hierop is keihard "nee!" Want als bijwerkingen als
tumorontwikkeling optreden, is er echt een heel groot probleem.
Deze folder maakt deel uit van de serie gezondheidsfolders van de Stichting Felissana. Niets uit deze uitgave mag worden
verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande toestemming van het bestuur van de Stichting Felissana.